Misschien blijk jij toch meer in een eierdoos te werken dan je dacht. De vergelijking tussen een school en een eierdoos slaat op de cellenstructuur die veel scholen kennen (of kenden). Van buiten lijken scholen vaak één geheel, maar als je de ‘doos’ opent, zie je allemaal afzonderlijke vakjes. Iedere leraar heeft een eigen ‘cel’ waarin hij of zij alles regelt en in zijn eentje verantwoordelijk is. Gelukkig nemen veel scholen afscheid van dit idee.
Met de meivakantie achter de rug richten wij de blik alvast op volgend schooljaar. Weet je al wat voor groep je krijgt? En hoe je het volgend jaar wilt aanpakken?
Wist je dat je als leraar ongeveer iedere 2 minuten een beslissing neemt die het verschil kan maken tussen effectief en ineffectief onderwijs? Je zou er keuzestress van krijgen! Dan is het handig om een eenvoudig model te hebben, waarmee je op voorhand weloverwogen beslissingen kunt nemen.
Of je nu fan was van de serie of niet, elke leraar herkent wel iets in de stereotypen die werden neergezet. De overbezorgde ouders, de stokers op het schoolplein, het verheven gedrag van juf Ank. Daar kun je - zeker als schoolleider - veel van leren, zegt auteur Harriet Marseille.
Je doet iedere dag je ding en de weken rijgen zich aaneen, maar de fut is er een beetje uit. Waar haal jij in zo’n geval een ‘boost’ vandaan? Zelf krijg ik altijd enorm veel energie van mensen die me inspireren.
De meeste leerlingen gaan het avontuur uit de weg. Ze kiezen liever een veilige en snelle route, zodat ze vooraf weten wat het resultaat is. In een schoolcultuur die gericht is op prestaties, is dat volkomen logisch.
Maar het is ook ontzettend jammer! Leerlingen kunnen zoveel méér leren als ze af en toe het onvoorspelbare pad kiezen; het pad met obstakels, fouten en tegenslag. Juist door het even níet meer te weten, moet het brein aan de slag. En dan ontstaan de beste inzichten.
Een van de opdrachten van passend onderwijs is dat je ieder kind de zorg en ondersteuning geeft die het verdient. Maar soms zijn er leerlingen waarvan je als leraar niet meteen weet wat de beste aanpak is. Waarom loopt het niet goed met dit kind? Wat heeft dit kind nodig? Als die vragen spelen, is het tijd voor een goed gesprek.
Het hele rooster op zijn kop om leerlingen te bieden wat ze nodig hebben
Het verschil tussen horen en luisteren – als leraar loop je er vaak tegenaan. Je kent vast van die kinderen: je geeft ze instructie en bij het uitvoeren van de opdracht doen ze toch ineens iets anders.
Duizenden leraren weten inmiddels dat leerlingen de meeste vooruitgang boeken als leerlingen zich eigenaar voelen van hun leerproces. Als leerlingen weten: dit ga ik leren, dit kan ik al en dit kan ik doen om mijn leerdoel te bereiken.
Felice is een leuke, vrolijke, oudste kleuter. Felice levert werkjes in zonder naam en zonder te kijken of alles af is. Ze is niet kritisch op zichzelf.
Felice herken je vast in een of meer kinderen in je klas. Ze kan wel wat hulp gebruiken bij de executieve functie ‘metacognitie’.
Het is nooit te laat om te bouwen aan een positief groepsklimaat. Groepsvorming is een dynamisch proces dat na elke vakantie actueel is. Dus de start na de kerstvakantie vormt een uitgelezen moment om samen met je leerlingen opnieuw de toon te zetten.
1 van 2